De lange weg naar Cullaville

Verhalen van mijn reizen naar alle landen van de wereld

Hoofdstuk 5
Hotel California
[China, 2007]

[...]

Als ik na een tijdje stilsta om een foto te maken, hoor ik geraas, gevolgd door een plons. Schuin achter me zie ik een meertje met rimpelend water waarin een grijze massa komt bovendrijven. Wacht even. Ik loop hier toch over de trail die uiteindelijk naar de top van de Everest leidt? Ik kijk nu beter om me heen en zie dat onder het puin waar ik op loop, ijs zit.
Dan schiet de waarheid als een bliksemschicht door mijn hoofd. Ik loop midden op de Rongbuk-gletsjer, die aan de noordkant van de Everest naar beneden loopt, het dal in. Ik hoor meer onheilspellende geluiden, en realiseer me dat ik hier zo snel als dat kan vandaan moet, maar ook dat ik dat zo voorzichtig mogelijk moet doen. Het is de hoogste tijd om me te concentreren op waar ik loop, in plaats van alsmaar naar de top van die reus een paar duizend meter boven mij te kijken. Stap voor stap probeer ik haaks op de ijsmassa naar de oostkant te lopen. Ik wil vaste grond onder mijn voeten hebben. Ik glibber over ijs, loop langs halfbevroren meertjes met lichtblauw ijs erin, houd me hier en daar vast aan stenen waarvan ik hoop dat ze vast liggen. Een directe route is er niet, ik loop waar wellicht nog nooit iemand is geweest, en mijn knieƫn lijken steeds meer van elastiek te worden. Eindelijk spring ik van het laatste stukje ijs op de donkergrijze stenen aan de zijkant van de morene. Ik val bijna op de grond om die te kussen, maar begin nu te trillen. Heel even geef ik toe aan mijn emoties, maar dan verman ik me: ik moet door, ik wil verder. Omhoog, omhoog!

[...]